In het oog van de sneeuwstorm (Maine, vs) (3): de gewapende boerenmilitie
© Tim Dirven
De ‘ongeregelde’ vleugel van de 2nd Maine Militia: “Wij zijn de Zapatistas van Maine!”
Het dorp was al afgelegen, het bos waar we onze weg zoeken is dat nog meer. Tot we een bordje zien met onze namen, dààr moeten we afslaan tussen het dichte geboomte. En het moet wel een schrijfster zijn die hier woont, want op elke boom hangt een vel tekst, Pas Op Voor Vallende Rotsen! - De Weg Is Niet Geruimd Omdat Onze Sneeuwruimer Kapot Is, Sorry! - Maximum 3,5 mijl Per Uur Er Lopen Hondjes! En dan staat schrijfster Carolyn Chute (53) in de deur van haar grote blokhut. En zo begint de vijf uur durende audiëntie bij de pasionaria van de 2nd Maine Militia.
(Humo maart 2001 © Jan Hertoghs )
Binnenshuis maken we kennis met haar man Michael (46), en met hun twee honden. Die lopen wat ouwelijk en behoedzaam door het volgestouwde interieur, bij elke kast kunnen ze door een lawine boeken en papieren bedolven worden, en verder is er een parcours van kratten, schoendozen, en bokaaltjes, alles wordt hier bewaard, of van de ene stoel op de andere gelegd, zoals de kleren die nog moeten versteld worden. Er hangen ook gedroogde bloemen, quilts en een koekoeksklok aan de muur, wat nogal botst met de koelkast die krom staat van de stickers en de politieke cartoons, en met de twee geweren op het rek. Oma heeft niet alleen bakpoeder in huis.
Bij het woord militie denkt men nogal gauw aan extreemrechtse milities.
Carolyn: «Zo denkt men in de grote steden en in de media. Zij ergeren zich aan de milities op het platteland, ze denken dat wij simpelweg meelopers zijn van de wapenlobby. Wat meteen bewijst dat ze niks weten over het ontstaan van de milities. Bijna alle milities op het platteland zijn ontstaan in de rampzalige jaren tachtig. In die Reagan-jaren zijn honderdduizenden Amerikaanse boeren op de fles gegaan, tientallen boeren hebben zich voor de kop geschoten, en toén zijn op het platteland heel wat boerenmilities ontstaan. Hun eerste doel was boeren bijeenbrengen zodat ze mekaar konden zien en moed inspreken en ervoor konden zorgen dat niemand zich nog van het leven beroofde. Milities zijn niet zomaar schietclubs van boerenhufters. Het zijn verenigingen van mensen die vaak niks meer hebben, die alleen mekaar nog hebben, en die in zo’n groep hun waardigheid en hun zelfrespect terugvinden.
Elke militie is ook anders. Wij zijn tamelijk progressief, terwijl de milities in de Midwest vaak ultra-rechts zijn: anti-regering, pro-wapenlobby en dan nog racistisch op de koop toe.
Ik las dat je een wapen moét hebben als je lid wil worden van de 2nd Maine Militia. Jouw criterium om zeker boerenmensen bijeen te krijgen en niet het “zoveelste zootje progressieve bourgeois”.
Carolyn: «(schaterend) Niemand moét een wapen hebben om lid te zijn. Wij hebben ook veel niet-wapendragende medestanders. In feite hebben wij drie vleugels. Een linkervleugel: daarin zitten de ecologisten, anarchisten, en anti-globalisten, dat is onze actiefste en ook meest politieke vleugel, die vergadert elke maand, die leden moeten niks van wapens hebben, die zweren bij betogingen, pamfletten en stapels politieke lectuur. En dan heb je de rechtervleugel, dat is zowat onze ‘militaire’ vleugel, die hebben wapens thuis, die verdedigen heel sterk het wapenbezit, maar die zijn niet zo actief, die vergaderen slechts een paar keer per jaar. In die vleugel vind je vooral de gewone mensen van het platteland, de boeren, houthakkers, loodgieters en truckchauffeurs. En dan is er de derde vleugel, de no-wing, dat is een kleine groep van ‘vrijdenkers’ die zowel de vergaderingen van de linker- als de rechtervleugel bijwoont. Michael en ik zijn no-wing."
«De linker- en de rechtervleugel zijn even groot, die tellen ieder zo’n tweehonderd leden, de no-wing is de kleinste vleugel met vijftien leden. Apropos, bij onze leden zijn zowel mannen, vrouwen als kinderen. En wij zijn de baas van die ongeregelde troep (lachend), this is headquarters, guys!
Als de rechtervleugel vergadert, wordt er met wapens getraind?
Michael: « Dan wordt er vergaderd én gegeten én bluegrass gespeeld én ook geschoten, ja. We zetten wat blikken busjes op een plank, of we hangen een doelwit tegen een boom, en na het schieten pràten we over de nieuwe spullen die op de markt zijn en waar je ze zoal goedkoop kan kopen. De gewone babbel van sportschutters onder elkaar.
Carolyn: « Maar de meeste tijd stoppen we in vergaderen en het praten met mekaar. En meestal gaat het erover hoe de mensen hier de eindjes aan elkaar moeten knopen. Er is armoe in Maine en er is armoe op het Amerikaanse platteland. Een kwart van de inwoners van Maine leeft onder de armoedegrens! 27% van alle kinderen op het Amerikaanse platteland gaat ‘s avonds met honger naar bed! En dat noemen ze een welvaartsstaat! Mijn dochter combineert vijf part time-jobs om aan één volwaardig inkomen te geraken en bij geen enkele werkgever krijgt ze iets van sociale zekerheid of gezondheidszorg. Eén van haar jobs is opdienen in een restaurant, daarvoor krijgt ze twee dollar (88 fr) per uur! En de rest moet ze goedmaken met fooien. Die ze amper krijgt, dat restaurant is een self service-buffet. It’s so depressing. De mensen kunnen met al die parttime jobs hun huur en hun eten betalen, maar daar houdt het vaak bij op. Elektriciteit en telefoon zijn er tot ze worden afgesloten, en er wordt met kleren in huis gelopen omdat de kosten van de verwarming niet te betalen zijn. Werkmensen in Amerika leven werkelijk met de daver op hun lijf, ze kunnen nog net overleven, maar er mag hen medisch niks overkomen of ze tuimelen in een put vol schulden! Een tandvulling kost hier bij de vijfhonderd dollar, dus wat doen de mensen, ze maken een touwtje aan de klink en ze sleuren die tand eruit, much cheaper, maar je moet de mensen hun gebitten zien als ze zestig zijn.
Zelf heb ik een kind verloren omdat ik het geld niet had om het in een materniteit te laten geboren worden. De materniteit weigerde ons gewoon op te nemen! Dat is toch om wanhopig van te worden. Vijftien jaar geleden had ik een huidkanker, die heb ik kunnen laten verwijderen omdat mijn eerste boek (The Beans of Egypt, Maine ) toen een succes was. Maar nu heb ik een gezwel op de knie en om dat weg te halen, heb ik het geld niet. Ik heb er al over zitten denken om het aan de veearts te vragen of hij het niet wil wegsnijden, dat zou in elk geval goedkoper zijn (lacht weifelend). Op dit moment zitten we ook bijna zonder eten, en ik heb er al over zitten denken om de muizen te vangen die hier overal rondlopen, er zijn er genoeg om op te eten.
Ik zie jachtwapens. Jullie zouden kunnen jagen.
Carolyn: « Ja, maar we hebben er eh…moeite mee om dieren dood te schieten, we zijn teveel dierenliefhebber daarvoor.
Michael: « Ik heb in mijn leven nog maar één hert geschoten. Maar nu is het gebrek aan eten wel zo groot dat ik opnieuw wil jagen, maar ik kan niet omdat ik geen jachtvergunning heb, ik kon ze niet betalen dit jaar. En stropen durf ik niet. Als ze je betrappen, kunnen ze je wapens en je auto in beslag nemen. De boswachters weten dat het hier een arme streek is en dat mensen soms gedwongen worden te stropen. Maar ze hebben weinig meelij. Ze zetten namaakherten langs een weg in het bos en als je daarop durft te mikken, dan vatten ze je in de kraag.”
We zijn onderweg niet alleen armoede maar ook nogal wat wrok en rancune tegengekomen “tegen de rijke luizen uit Boston en New York”.
Carolyn: « Het platteland wordt al lang aan zijn lot overgelaten, maar de laatste jaren blijkt het ineens toch weer waarde te hebben. Als immobiliënsector voor de rijken of als recreatiegebied voor het toerisme. Ineens kunnen de huizen waar de boeren aan het verkommeren zijn tweede residenties worden, en ineens kunnen de bossen die een karig loon opbrengen voor de houthakkers een bestemming krijgen als natuurpark! Dat is de vooruitgang, sinds enkele jaren zien wij het geld met laarzen aan door de bossen gaan (lacht)! Maar hoe denk je dat die boeren en die houthakkers zich voelen? Zij kunnen amper bestaan op dat land en nu blijkt dat anderen toch rijk kunnen worden met dat arme platteland!! Is het dan te verwonderen dat die mensen razend zijn op die rijkelui?! Honderd jaar hebben hun ouders en voorouders geprobeerd om met hard werken een fatsoenlijk bestaan op te bouwen, dat is nooit echt gelukt, en nu moeten ze toezien hoe buitenstaanders zonder veel moeite daar een dikbelegde boterham aan verdienen. Het is een slag in hun gezicht!”
© Tim Dirven Michael: “Wij weten niet of het ooit tot een boerenopstand komt . Als het ooit zover komt, dan gaan we ons verdedigen. En op dat moment moet je die wapens natuurlijk niet meer gaan kopen. Je moet ze hébben en je moet ermee geoefend hebben. Je moet klààr zijn. “
Met de militie nemen jullie het op voor boeren en houthakkers, maar schrik je potentiële medestanders niet af door je groep een militie te noemen en door een gewapende vleugel te hebben?
Carolyn: « Sommigen blijven daardoor weg, ja. Maar wij denken er niet aan om de wapens op te geven. Wapens horen bij het platteland, en dus horen ze ook bij een plattelandsmilitie.”
Michael; « Maar die wapens zijn wel de reden waarom we niet populair zijn in de steden en in de media. Want die leunen allemaal aan bij de middle class en de middle class is onvoorwaardelijk tegen wapenbezit.”
Carolyn: « De progressievelingen in de steden wensen een draconisch verbod op wapens, want -zeggen ze- wapens maken de maatschappij kapot. Maar verrek, negen op de tien gezinnen in Maine hebben geweren of pistolen in huis, hebben al honderd jaar wapens in huis, en toch hebben wij hier in Maine een normale maatschappij, de mensen schieten mekaar niet af, en er is hier één van de laagste crime rates van de VS! “
Michael: « En zo staat die boerensukkel weeral met zijn rug tegen de muur. Eerst hebben ze zijn werkgelegenheid afgenomen, dan zijn vrije toegang tot het viswater en de bossen, en nu gaan ze ook zijn laatste restje autonomie afnemen, zijn wapens.”
Carolyn:” Wapens worden hier gezien als sport, maar ook als een vorm van zelfbeschikking. Je hebt ze in huis om te jagen maar ook als laatste redmiddel als je je bedreigd weet. Zo is het al meer dan honderd jaar. Maar niemand begrijpt dat in de steden. De mensen in de steden hebben elke voeling met het platteland verloren. Ze zien die wapens alleen maar als “gevaarlijk” en wij zijn dan de “achterlijke boeren” die dat niet willen inzien. Ik zal je dit zeggen, vroeger hadden ze in de stad een hekel aan de mensen van de buiten, maar door heel die wapendiscussie is die hekel overgegaan in haat. Ze haten ons echt in de steden, it’s plain hate against the rural folks.
Zapatistas
Tegen wie of wat zou jullie militie de wapens opnemen?
Carolyn:” Het is niet omdat we die wapens hebben, dat we ze ook gaan gebruiken. We zijn een politieke beweging, we organiseren meetings, we nemen deel aan de verkiezingen om meer bekendheid te krijgen, we doen al eens een bezetting van een regeringsgebouw om onze eisen kracht bij te zetten. Maar dat is praten, protesteren, en discussiëren, daar komen geen wapens bij te pas. Je gaat je wapens dus alleen maar gebruiken als praten niet meer helpt. “
Michael:”« Wij weten niet wat de staat met ons voorheeft. Wij weten niet of het ooit tot een boerenopstand komt die zij dan de kop willen indrukken. Maar als het ooit zover komt, dan gaan we ons verdedigen. En op dat moment moet je die wapens natuurlijk niet meer gaan kopen. Je moet ze hébben en je moet ermee geoefend hebben. Je moet klààr zijn. Niet gewapend zijn is onnozel in onze ogen.
Zouden jullie zover gaan om no-go areas te creëren op het platteland?
Carolyn: « Jazeker. Precies zoals de Mexicaanse Zapatistas van subcommandante Marcos vrije zones hebben gecreëerd. Wij hebben heel veel sympathie voor de Zapatistas en in feite zien wij onszelf als de Zapatistas van Maine. De Mexicaanse Zapatistas staan sterk in de achtergestelde gebieden, zij zijn een spreekbuis van de Indianen aldaar, en met de 2nd Maine Militia willen wij hier ook een spreekbuis zijn van de achtergestelde plattelandsbevolking. De Zapatistas denken ook niet lokaal, zij linken hun strijd aan de strijd van de landloze boeren in Brazilië en aan alle groepen die strijden tegen de globalisering, en zo denken wij er ook over.
Kan je met de conservatieven in je rechtervleugel over die linkse Zapatistas spreken?
Carolyn: « Ik moet toegeven dat ik soms met gespleten tong spreek. Tegen onze linkervleugel kan ik over de Zapatistas spreken, met hen heb ik het ook over het neo-liberalisme, de grote multinationals, en de mastodontscholen. Bij de boeren van de rechtervleugel heb ik een enigszins ander discours .Omdat die multinationals molochen zijn die de economie én het beleid van de overheid dirigeren, heb ik het over commie schools en commie corporates, communisten-scholen en communistenbedrijven. Zo verstaan die boeren mij, want communisme is groot en slecht en dictatoriaal. (grinnikt) Terwijl de linkse rakkers in de groep niet liever horen dan dat wij communistisch bezig zijn! They love the word communist! De linksen weten ook dat ik voor de legalisering van marihuana ben, maar bij de boeren spreek ik daar niet over. Zij moeten niks hebben van marihuana, want een boer die zich klotig voelt, die zal bier drinken. Terwijl een leftie die zich gestresseerd voelt een jointje zal opsteken. Ja, wij hebben beer guys and weed guys, en ik moet altijd opletten wat ik zeg!
Het lijkt me redelijk onmogelijk om die twee strekkingen samen te houden.
Carolyn: « Het is ook moeilijk, maar ik hamer steeds op hetzelfde: bij ons mag er geen vijanddenken zijn tegenover links of rechts, onze enige vijand zijn de grote multinationals die alle regeringen ter wereld de wet opleggen.
Daarmee komen jullie aardig in de buurt van José Bové en zijn Franse boerenvakbond. Dat is ook een beweging die op het platteland is ontstaan, zij weren zich ook tegen de globalisering en de macht van de grote bedrijven. Het zijn zij die onlangs een McDonalds hebben ‘ontmanteld’.
Carolyn: « Great stuff! tell us more! (Als ik ze meer vetel over de ontmanteling van de McDonalds zitten Carolyn en Michael te stralen alsof ze een stuk familie hebben teruggevonden,jh) Dat is fantastisch, zo’n boerenkrijg die een massa volk op de been brengt, oh boy, dat moet nogal een stamp geweest zijn onder het gat van Mc Donalds! En knap dat die ouwe 68-ers daar landbouwcoöperatieven hebben opgezet, zo blijven ze baas over hun land en kunnen ze niet afgeperst worden door Monsanto en consoorten! Ken je dat lied van Woody Guthrie, This land is your land, this land is my land?, dat is een hymne in Amerika, maar wij hebben de tekst aangepast. Het heet nu: This land’s not your land, this land’s not my land, en het refrein, This land is Wal-Mart’s, this land is Mc Donald’s, this land is Monsanto’s, this land is Exxon’s, this land weren’t made for you and me!
Prima! Maar iedereen kan natuurlijk in het wilde weg op die grote concerns spuwen.
Caolyn « Voor mij gaat het dieper. Die concerns zijn niet zomaar bedrijven die overal hun wetten stellen. Ik acht ze ook verantwoordelijk voor de consumptiemaatschappij en voor het kapotmaken van het leefpatroon op het platteland. Ik ben opgegroeid op een kleine boerderij, dat was in de jaren vijftig, en op school zag je toen de eerste verschillen tussen boerenkinderen en burgerskinderen. De boerenkinderen kwamen nog uit een verstel-maatschappij, je moeder verstelde je kleren en de kleren gingen van de oudere kinderen naar de jongere. De burgerkinderen waren de eerste kinderen van de consumptiemaatschappij, zij droegen niks af, zij hadden modieuze kleren, en een eigen kamer en een eigen platendraaier en een eigen transistorradio, die waren veel individualistischer ingesteld. Ik was ook kwaad op de leerkrachten. Want zij hadden het voor die ‘moderne’ modieuze kinderen en op ons keken ze neer, wij waren de ouderwetse boerenkinkels. Ik weet nog dat de psycholoog van de school aan mij vroeg wat ik later wilde worden. Boerin, zei ik naar waarheid, en toen zegden ze, oh, dan kunnen wij niks voor je doen, en ik kon gelijk de deur uit. Wij waren out, out of fashion.Het leek wel alsof er nieuwe kinderen moesten komen met nieuwe kleren en een nieuwe levensstijl. Geen kinderen die op een suffe boerderij gingen hokken, maar kinderen die de wereld introkken, kinderen die carrière maakten!
En dààr is mijn hekel ontstaan tegen ons schoolsysteem. De school is de eerste om de kinderen een ieder-voor-zich-mentaliteit aan te kweken. Mijn ouders hadden me geleerd dat het voornaamste was dat je a nice person was en dat je de anderen moest helpen. En wat deed ik? Ik liet zwakke kinderen spieken. Want dàt hadden mijn ouders me geleerd, de zwakkeren moet je helpen. Maar! In de ogen van de leerkrachten was ik daardoor een slecht kind, een gemene bedriegster! Het is ieder-voor-zich, zegden ze. Ik zat nog in dat ouwe platteland-systeem van mekaar-helpen, en zij waren de kinderen al aan het kneden tot individuele consumenten. En het resultaat zie je nu. Meer dan tweehonderd miljoen Amerikaanse consumenten die ieder voor zich ‘vrij’ zijn om hun eigen lifestyle te bepalen maar die te machteloos zijn om nog iets aan het systeem te veranderen. Noch aan het systeem van de veel te grote mammoetscholen, noch aan de gigantische kapmaatschappijen die onze wouden platleggen, noch aan de gigantische auto- en olieconcerns die onze lucht vervuilen en ons klimaat verpesten.
Duidelijk weer een discours voor de linkervleugel.
Michael « Oh, maar ik kan het ook wel overbrengen voor de rechtervleugel. Kijk, zeg ik dan, vroeger waren we zelfstandig en nu zijn we dat niet meer. Vroeger konden jullie -als boer of arbeider - jullie auto zelf herstellen op jullie erf. Nu gaat dat niet meer. Nu stoppen ze zoveel elektronica in die wagens dat je ze niet meer zelf kan herstellen en dat je verplicht bent om naar een garage te stappen en daar nieuwe vervangstukken te kopen. En dat kost handenvol geld dat je vroeger kon uitsparen. Dat is toch klare taal, en dat is toch een prima illustratie van de harde logica van die grootschalige bedrijven.
Carolyn: “De realiteit blijft die kloof tussen onze linker- en onze rechtervleugel. De linkse medestanders zijn vaak de hoger opgeleiden en de rechtse medestanders zijn vaak de laaggeschoolden. En dat uit zich onder andere in hun geloof in de toekomst. Als we in groep erover spreken dat mensen maatschappelijk en economisch uit de boot vallen, dan zullen de hoger opgeleiden zeggen dat het ‘onaanvaardbaar’ is, en dat het systeem er iets aan moet doen. Zij zijn optimistisch, want zij hebben gestudeerd, zij zijn goed opgeleid, en zij denken dat het kapitalistische systeem een machine is die gewoon wat beter moet afgesteld worden.
De mensen op het platteland, de mensen uit mijn familie en mijn dorp, denken daar anders over. Die zijn niet optimistisch, die zijn gebroken, die zitten compleet aan de grond en die hebben de hoop opgegeven dat er ooit nog iets zal veranderen. Er is toch niks aan te doen, dat is wat iedereen hier zegt. Het probleem met de hoger opgeleide kritische mensen in onze groep is dat ze die houding niet aanvaarden, ze willen dat de mensen van het platteland even optimistisch denken als zij, namelijk dat het systeem nog wél te veranderen is. Zij zullen tegen de mensen op het platteland zeggen dat ze moeten gaan betogen om iets te veranderen, maar de reactie is dan: betogen? dat helpt zoveel als hoge hakken in de modder!
© Tim Dirven
Wat zeg je hen als ze zo defaitistisch zijn?
Carolyn: « Ik probeer ze er tenminste van te overtuigen om het gemeenschapsleven en het mekaar helpen niet op te geven. Dat bestaat hier gelukkig nog. Je mag hier in het dorp een drinker zijn, je mag hier al eens met het gerecht in aanraking komen, je mag hier geldproblemen hebben, maar er blijft de kleine dorpsgemeenschap om je op te vangen. Je bent één van hen en je blijft één van hen. En dat is waardevol, want dat staat haaks op die maatschappij van ieder-voor-zich.Maar het wordt moeilijk, ouders scheiden en gaan in een andere staat wonen, jongeren gaan studeren en blijven in de grote stad, en grootouders en ouders wonen soms zo ver uit elkaar dat ze de kleinkinderen alleen nog op een scherm te zien krijgen. De samenleving is mobiel geworden, en daardoor gaan er wortels verloren, in de familie en in in het dorp.
Vroeger was een familie een work unit, ouders, grootouders en kinderen dreven samen de schapenboerderij, werkten samen op het land, of hielden samen de general store open. Door de schaalvergroting zijn veel van die familiebedrijfjes verdwenen en tegenwoordig is de ‘work unit’ een tandem van twee mensen: vader en moeder die gaan werken en geld verdienen. Dat houdt een dubbele vereenzaming in. Van de kinderen die meer uren in de kribbe zijn dan bij hun ouders. En van de ouders, die meer uren op het werk zijn dan thuis.
Vroeger was er werk, en hard werk, maar het werd door de hele familie gedragen. Nu heb je een job -een werkplek waar je op je eentje zit te presteren- en die job staat los van het familieleven én ook boven het familieleven. De eerste vraag die je altijd te horen krijgt, is “hoe is met je job?”. De vraag “hoe is het met je gezin en je familie?” wordt bijna niet meer gesteld.
Die fragmentering in gezin- en beroepsleven is toch al langer aan de gang?
Michael: “ Ja, maar hoe spreekt men erover? Men zegt dat de familiebanden niet meer zo hecht zijn, en dat het sociale weefsel in de stad verloren gaat en dat het gemeenschapsleven op het platteland achteruitgaat. Maar het wordt voorgesteld alsof daar een individuele keuze achter steekt. Terwijl er een systeem achter steekt. Het systeem van ieder-voor-zich van de consumptiemaatschappij. Dàt heeft de steden, de dorpen en de families uiteen doen vallen. En nadien verdeelt die maatschappij de mensen nog eens in zij die geld hebben en zij die niet genoeg geld hebben. En van die laatste groep moet ze niks hebben.
Carolyn:« Je merkt dat goed aan onze presidenten en hun geleuter over de family values. Zij verdedigen zogezegd de familiewaarden, maar het enige wat hen in die ‘waarden’ bezighoudt is de bescherming van de modelconsument: het gezinnetje met de twee ouders en de twee kinderen. Die zijn oké, die passen in het systeem, maar al wat daarvan afwijkt, al wat extra-aandacht of zorg vraagt - zoals alleenstaande ouders of ongehuwde moeders -, dàt zijn degenen die de ‘family values’ - lees de consumptiewaarden- ondermijnen. Dat kleine gezinnetje is nu eenmaal het best draaiende radertje in het mechanisme, al de rest doet de machine stokken.”
We gaan buiten foto’s nemen, en zoals ze door de sneeuw sjokken - zij met lange rok en hij met lange baard- doen ze eerder aan Maria en Jozef op de vlucht naar Egypte denken. Ze gaan ook moeizaam, zij met het gezwel op de knie en hij met moeilijke ogen die het licht van de zon op de sneeuw niet kunnen verdragen. En zelfs met een camouflagevest en een Kalashnikov over de schouder, heeft het iets deerniswekkend zoals ze daar lopen en op hun honden roepen. Hoe dan ook, ze lachen veel en ze willen ook al lachend met hun wapen poseren: “ Als je foto’s van activisten ziet, die lachen nooit, die zien er altijd zo grimmig uit. Alsof ze dan au serieux zullen genomen worden. Wij lachen veel, en de mensen moeten maar leren om ons ook au serieux te nemen. We zijn ook geen militie van geweld, we are a militia of love, wij zien de mensen graag!”
NAWOORD: The 2nd Maine Militia werd in 2009 door de leden zelf ontbonden. Carolyn Chute is nog steeds een actieve geëngageerde schrijfster "mét wapens in huis". Op Wikipedia is veel over haar te lezen. https://en.wikipedia.org/wiki/Carolyn_Chute
Deel 1: in het spoor van de sneeuwruimers en de krantenbezorgers van de ingesneeuwde abonnees
deel 2: de vliegende boswachter, het licht van Hopper en de zwarte sneeuw van Washington County