De smeltende Alpen, een reisverhaal (3)

De berg die in het dorp brak: "Ons dorp was stil, doods, versteend. Het leek wel op Pompeï."

De klimaatopwarming doet niet alleen gletsjers smelten, ze ontdooit ook de permafrost, het tienduizend jaar oude ijs in de ondergrond. Dat maakt de bergbodem week en veroorzaakt grondverschuivingen, ook scheuren rotsen uiteen en tuimelen stukken bergwand omlaag. In het Zwitserse Bondo kwam in 2017 een kolossale bergwand naar beneden, deels door die dooiende ondergrond. Er volgde een enorme slijklawine, acht bergwandelaars kwamen om en het dorp bleef meer dan twee maanden ontruimd. 

Vijfde dag van de hittegolf. De lokale krant verkoopt de gepaste clichés: de verkopers van airco en plonsbadjes spreken over hun steile verkoop, de lachende arbeider van de diepvriesfabriek toont een thermometer onder nul.  Ik ben onderweg naar het zuiden van Zwitserland. Met al m'n treinverplaatsingen door Zwitserland kom ik op menige plek waar ik als kind al geweest ben. Zoals dit Sankt Moritz, daar was ik op m'n twaalfde, bij mijn eerste bergvakantie. In 1965 waren we daar met de goedkope gezinsvakanties van het CM-ziekenfonds. Als reissouvenir koos ik dat jaar een ferme dolk die je aan je broeksriem kon dragen. Het mes had als heft een hertenpoot. Een ander ouderpaar vond het onverantwoord dat mijn ouders zoiets gaven aan een kind. Ik voelde me een held en klaar om dikke boomstammen in hun hart te treffen.  

© Jan Hertoghs

Van St Moritz lift ik richting de Italiaanse grens. De stoppende bestuurder gooit het portier wijdopen, haast je, avanti avanti. Simone is een grensarbeider uit Chiavenna, hij is huisschilder en werkt in Zwitserland, hij pendelt al negentien jaar, elke morgen en avond vijf kwartier rijden. Airco is er niet, we rijden met alle ramen open. Schakelen gaat moeizaam, de auto is van 1997, dit jaar gekocht, 500 euro, zuinig verbruik. In zijn woorden: wenig trinken! Zijn Duits is een botte bijl, vaak blijft hij in de woorden steken.  Als hij hoort dat ik naar Bondo onderweg ben, zoekt hij in zijn smartphone en in een haarspeldbocht toont hij de foto van de verwoestende slijklawine. Bondo! catastrofo! Het dorp lag op zijn dagelijkse weg, de omleiding duurde vele weken.

Ik logeer in Promontogno, in Hotel Bregaglia, één van de oudste hotels (°1876) in het kanton Graubünden. Het lawine-dorp Bondo ligt vlakbij, het hotel was weken ingenomen door crisisstaf, leger en civiele bescherming. Bondo ligt aan de voet van spitse bergen.
's Avonds zie ik de buren van het hotel een ladder tegen de kersenboom zetten. Of ik enkele kersen mag? Ik krijg de handen vol. De boom is 22 jaar oud, geplant op hun huwelijksdag. Marina hoort dat ik van geschiedenis en oude foto's hou, en ze roept naar het terras: papa, dit is iemand voor u!
Arnoldo is oud-onderwijzer en zowat de archivaris van Bregaglia, de fusiegemeente die vijf Italiaanssprekende dorpen groepeert. Hij is opgetogen dat ik uit België kom. Er zijn zoveel banden tussen deze streek en uw land! "Jullie Koning Albert I kwam hier klimmen in de jaren dertig. Hij was toen al in de vijftig, een dappere man!" De bergbewoners zelf hadden toen nog angst voor de bergen, je kon er alleen maar verongelukken of verdwalen, en je had er nog beren en wolven. Na Albert's dood is een bergpiek naar hem vernoemd.
Arnoldo heet Giacometti. Zijn vader was een kozijn van de beroemde kunstenaar Alberto Giacometti (1901-1966).  De beeldenmaker van de uitgepuurde figuren zoals  L'homme qui marche. Het herleiden tot de essentie, mensen en dieren uitgeteerd tot op de graat. Hij woonde in Parijs, maar bracht de wintermaanden altijd door in zijn ouderlijk huis in deze vallei.


Archivaris Arnoldo Giacometti. © Jan Hertoghs

Zo zitten we aan de grote terrastafel. Arnoldo, de pater familias in onderhemd, zijn vrouw Eda die kaart speelt met de  kleindochters, en Marina en Lilio van de kersenboom. Het gesprek komt op de ramp van 23 augustus 2017. "Bondo had al eerder slijklawines gekend maar altijd na zwaar onweer, wolkbreuken, of dagenlange regen. Die woensdag was het een staalblauwe hemel toen we ineens nevel zagen opstijgen, ginder boven de bossen." Die 'nevel' was een stofwolk die in de lucht werd geblazen nadat drie miljoen kubieke meter losbrak uit de noordflank van de Piz Cengalo (3369 meter). Drie miljoen kuub, dat is een steenmassa groter dan de piramide van Cheops. Op de eerste honderd meters steil bergaf had die massa een moordsnelheid van 25O per uur. Acht wandelaars (Zwitsers, Oostenrijkers en Duitsers) werden meegesleurd en zitten nog altijd diep onder de stenen.

In het dorp waren "alle honden intussen fel gaan blaffen, niemand begreep waarom", maar vanuit een berghut had men de 'bergbreuk' gezien. De lokale politieman kreeg telefoon en die is met loeiende sirene door Bondo gaan rijden. Marina:" Ik was aan het strijken en toen kwam mama in paniek aangelopen. De Cengalo! De Cengalo komt!"
Arnoldo:"Ik liep naar de bedding van de Bondasca en zag daar een zwarte brij aankomen: stukken weide en aardbodem die door de lawine werden vooruitgestuwd. Daarna kwam een grauwe pap die als deeg uit de rivierbedding rees, met alsmaar grotere rotsblokken. Die rotsen tuimelden niet. Die dréven op die grijze papstroom, nooit gezien."

De stroom stenen stremde tegen de eeuwenoude brug tussen Promontogno en Bondo. Door die 'dam' kon de lawine gaan afbuigen naar het dorp en toen is ter plekke beslist om de brug op te geven. Een grijpkraan beukte ze kapot, de lawinestroom had weer vrije baan. Intussen waren politiemensen, ambulances en helicopters verschenen, Bondo werd geëvacueerd. Hoewel hun huis onbedreigd was, zijn ze toch ook gevlucht: "overal hoorden we naast de rivieroevers grote dennenbomen knappen, dat maakte ons bang".
De massa slib en stenen had na de vier kilometer 'afdaling' tot in het dorp nog altijd zo'n kracht dat bomen en slijk tot in Chiavenna spoelden, twaalf kilometer verderop.

De steen- en slijklawine schiep een nieuwe hoge bedding van de rivier in het dorp Bondo. © Jan Hertoghs

Toen ze 's anderendaags terugkwamen was hun tuin de landingsplek van helicopters, stond de Zwitserse presidente aan hun deur, en was de parking van Hotel Bregaglia ingenomen door tv-satellietwagens.  
Zoals een aardbeving naschokken heeft, zo had deze slijklawine ook "na-lawines". Die stroomden over de al aangespoelde steenhopen en zorgden voor een nog bredere stroom van vernieling. In de nacht van 25 augustus moesten inwoners van een nabij gehucht met helicopters uit hun huis worden gered. "Die nacht zijn rotsblokken zo groot als een woonhuis-met-verdiepingen omlaag gekomen, niemand begreep hoe dat kon." Hij heeft voor de gemeente Begaglia een foto-verslagboek gemaakt; de gemeentewerkman is een dwerg onderaan die steenreus.
Ieder gaat slapen. Door de gleuven van de kamerluiken hoor ik de Bondasca, een stroom die klinkt als een stortbui. Rivieren spreken luidop met een berg. 

De brug en rijbaan tussen Promontogno en Bondo is weg, er is alleen nog een voetgangersbrug hangend aan stalen kabels. De Bondasca-rivier loopt in een nieuwe bedding, een kloof bijna, de lawine heeft oevers opgeworpen tot twintig meter hoog. Bij de hangbrug staat het alarmapparaat, een onderdeel van een uitgebreid veiligheidssysteem. Op de Cengalo zit immers nog 3 miljoen kubieke meter instabiele bergwand en dalwaarts liggen nog stapels labiele steenslag, sommige tot 40 meter hoog. Daarom zijn er camera's die de bergwanden en de steenslag observeren, is er een geo-radar die rotsverschuivingen tot op de millimeter registreert, en zijn er laserscanners die naar seismische schokken speuren. Ook is er apparatuur die de dooiende permafrost controleert. Als er lawinegevaar dreigt, zijn er voor de inwoners van Bondo drie alarmfases. Bij fase drie loeit de sirene, springen op alle  verkeerswegen de 'lawine-lichten' op rood, en hebben de bewoners vier minuten vluchttijd om de afgesproken verzamelplek te bereiken. Sommige inwoners hebben doorlopend een koffer bij de voordeur staan.

Meet- en alarmapparatuur. Elke trilling, elke verschuiving in het gebied wordt gemonitord. © Jan Hertoghs

Patrizia Guggenheim wacht me op aan het café-met-de-dorpswinkel. Ze gidst me langs granieten dorpsfonteinen, rozenstruiken zo hoog als bomen en smalle straten met doorleefde huizen. Het dorp is duizend jaar oud en telt 182 inwoners. Zij is hier opgegroeid. Haar vader was de schilder Willy Guggenheim, (alias Varlin, 1900-1977). In het antieke salon hangen zijn werken, eigenzinnig figuratief. Varlin woonde lange tijd in Parijs, trok op met Chagalle en Léger, en kwam weer in Bondo wonen, beroemd nu, en bevriend met de schrijvers Max Frisch en Friedrich Dürrenmatt.
Vanuit het salon zien we de Piz Cengalo. "Onze huisberg", zegt ze, "elke morgen kijken we omhoog om te zien hoe zijn hoed staat": zon, nevel, sneeuw of wrokkig in de wolken. Zij en haar man Tobias Eichelberger waren in Basel toen de lawine kwam.
Patrizia: "We zijn gelijk vertrokken, maar Bondo was hermetisch afgesloten. Pas twee dagen later mochten we als bewoners kort naar onze huizen, om te zien of er schade was en om het hoogstnodige mee te nemen. Sommige deuren stonden wijdopen, je zag nog brood en beleg op tafel. Op straat lagen hamers en beitels neergegooid, je zag hoe men halsoverkop was gevlucht. Hier klatert ook altijd pompwater, dat geklater hoort bij het dorp, maar er was geen stromend water meer. Ons dorp was stil, doods, versteend, het leek wel op Pompeï." 
Tobias: "Zeven woonhuizen zijn vernield. Zeven inwoners waren dakloos. Drie van hen konden nog enige bezittingen redden, maar de vier anderen hadden niks meer. Hun woonvertrek zat tot tegen het plafond vol gruis."
Patrizia: "Het rook ook overal naar zwavel en vuursteen van de rotsen die tegen mekaar gevonkt waren en tegelijk rook je de hars van de dennenbomen die geknapt waren. Hars en zwavel, een mix van sauna en de hel. Die geur is nog lang gebleven. Pas later is de klamme geur van puin en nat gruis gekomen."
"De schilderijen van vader moesten snel in veiligheid, elk moment kon er weer een "na-lawine" komen. Bij een normale verhuis is er een geclimatiseerde vrachtwagen en deskundig personeel om te verpakken en te laden. Nu was het improviseren. Met z'n vieren van ons gezin en met mensen van de politie, het leger en de civiele bescherming hebben we die grote doeken over versperringen en rijen zandzakjes kunnen tillen. Ze zijn gauwgauw vervoerd, zonder verpakking en in een groentencamion!"

Tobias Eichelberger en Patrizia Guggenheim, inwoners van Bondo. “Nee, de berg is geen vijand geworden.” © Jan Hertoghs

Pas midden oktober konden ze terug, dik tweeënhalve maand later.
Patrizia: "Twee jaar later zijn de mensen nog altijd in shock. We wisten dat de bergen gevaarlijk kunnen zijn, maar zo rakelings ontsnappen, dat is ingrijpend. We wonen hier nog, maar het dorp was bijna onder onze voeten weggemaaid. Die eeuwenoude bestaansgrond lijkt ineens heel kwetsbaar."
Tobias: "Toch zijn nadien maar heel weinig mensen definitief weggebleven en verhuisd."  

In Bondo is intussen een burgerbeweging opgericht, Pro Bondo, omdat het gemeentebestuur "de zaken te pragmatisch aanpakt; ze zijn vooral bezig met straten, verkeer en het nieuwe rampenplan. Alsof de inwoners bijzaak zijn. Terwijl wij mentaal ook uit ons lood zijn: hoe herstel je dat als gemeentebestuur?!"
Zijn jullie gaan twijfelen aan je woonplaats?
Patrizia: "Nee. Ik voel me helemaal niet bedreigd. Ik voel me nog altijd beschermd. De berg is geen vijand geworden, de berg wààkt over mij. De berg was er heel mijn leven en in zovele eerdere generaties. Berg en dorp zijn één. Als ik tien dagen ergens ben waar geen bergen zijn, dan word ik depressief. Want mijn blik kan zich nergens hechten, ik heb geen uitzicht, geen houvast."
Tobias: "Voor ons is een vlak landschap alsof er niks te zien is. In de bergen zie je achter elke bocht wat anders. In de herfst bijvoorbeeld volgen wij de komst van de eerste sneeuw: zie, hij valt vandaag op 1700 meter, gisteren was het nog 1800 meter. Je ziet de winter afzakken naar het dorp, dat is bijzonder."

© Jan Hertoghs

Na het gesprek wijst Patrizia me op de huizen, de vensterbanken en de straatklinkers. "Dat is allemaal steen uit de berg. Wij kunnen de berg alleen maar erkentelijk zijn. Het is hier een vast gezegde: wij zijn steenrijk!"
's Avonds ga ik opnieuw "buurten" bij Arnoldo. Zijn vrouw Eda is in Bondo. Morgen trouwt een meisje van het dorp. De traditie wil dat de vrouwen gezamelijk een guirlanda maken, een boog van bloemen rond de kerkdeur. Omdat ik in Hotel Bregaglia logeer, laat hij het allereerste gastenboek zien, linnen met gouden opdruk. De 19de-eeuwse gasten komen uit Parijs, Milaan en Brussel, nog meer uit Londen en Engeland, "daar woonden de pioniers van het alpinisme." Zijn vrouw is geboren en opgegroeid in het hotel. Haar ouders waren de vorige eigenaars (tot 1981). Ik zeg dat het hotel nog altijd iets uitstraalt van de tijd van de postiljons. Dat is niet zo vreemd, zegt Arnoldo: het kanton Graubünden was het laatste om auto's toe te laten op zijn wegen. Pas bij een referendum in 1925 was het "ja". Tot dan moest je aan de kantongrens overstappen, van de auto in een  postkoets.

Ik had naar een filmpje van de slijklawine gevraagd, hij heeft er tien op z'n bureaublad klaarstaan. Een bergwandelaar heeft de stofwolk en de bergbreuk gefilmd, bibberend amateurbeeld, je hoort een kerkklokje nog argeloos kleppen. In een ander filmpje steekt de grauwe stroom de hoofdweg over, de vangrails breken als dunne takken, op een soundtrack van aanzwellende violen. Op weer ander beeld zie je de enorme rotsblokken 'drijven', ze wentelen traag op het grijsschuimende sop. Dan filmt iemand de getroffen huizen die in een grauwe korst zijn gegrepen met overal verspeide grote planken, "dat zijn geen loopplanken, de modderstroom is door een houtzagerij gegaan, en heeft die vijfmeterplanken als lucifers rondgestrooid".   

Amateurbeelden van de modder- en slijkstroom die grote rotsblokken meevoert. © Jan Hertoghs

Zaterdagmorgen. De chauffeur van de postbus kijkt naar de warme ochtendzon, "het gaat vandaag niet sneeuwen". De bus vult zich richting Sils Maria. Hier loopt het al vroeg vol  wandelaars. In ganzenrij op het smalle voetpad, een processie van telescopische wandelstokken. Er rijden ook al koetsiers, voor de rondritten met de arreslee op rubberbanden, de paarden zijn zwart van het zweet.

In Samedan woont Felix Keller. Hij was een sneeuwkind ("ik had liever de winter dan  de zomer") en is nu glacioloog. Zijn specialisatie is de permafrost. Keller heeft voor heel Zwitserland de officiële internetkaart getekend waarop alle permafrostgebieden met hun instabiliteitsfactor zijn ingekleurd. Zo'n 5 procent van het Zwitserse grondgebied bestaat uit die bevroren ondergrond, in het kanton Graubünden loopt dat op tot 30%. Keller kent Bondo en zijn omgeving.
"Het zal vreemd klinken, maar voor mij is Bondo een succesverhaal. Het probleem van de steen- en slijklawines is daar bekend, het dorp was voorbereid, het monitoring system gaf een  tijdig alarm en er was een geslaagde evacuatie. Ook het noodbekken heeft zijn werk gedaan, al was het wel te klein. Die acht slachtoffers? Tja, dat waren bergwandelaars die op verboden wandelwegen liepen. Daar staan verbodsborden genoeg."
Welke rol speelde de klimaatopwarming bij die ramp?  
"In de hete recordzomer 2003 zijn opvallend veel stukken berg losgekomen in Graubünden, dus de opwarming verhoogt de permafrostdooi en de instabiliteit. In Bondo was er een samenloop van meerdere omstandigheden. Eén, dat berggebied staat al meer dan honderd jaar bekend als instabiel, en twee, het had evengoed gekund dat die "bergbreuk" daarboven was neergeploft en blijven liggen. Maar op die afgebroken bergwand zat een stuk gletsjer en die massa ijs is onder die vallende berg verpulverd en vloeibaar geworden en dat heeft die stroom van puin en rotsen veroorzaakt."

© Jan Hertoghs

Zijn er nog dorpen als Bondo?
"In Zwitserland zijn geen andere woonkernen bedreigd. Wel zijn er in de kantons Wallis, Graubünden en Ticino berghutten, bergpaden, waterdammen, ski-infrastructuur, autowegen en spoorwegen bedreigd. De bergen boven een dorp kunnen wij bewaken, maar hetzelfde kan je niet doen boven al je verkeerswegen. Daar blijft een risico voor die wegen en die weggebruikers."
"Ik vergelijk die dooiende permafrost met de gevaren van de sneeuw in de winter. Elk jaar vallen in Zwitserland gemiddeld 40 lawinedoden en toch hebben we geen schrik van de sneeuw en van de wintersport. Omdat we geleerd hebben van ermee te leven. Die dooiende permafrost is nog nieuw, we hebben nog niet geleerd van ermee te leven en dus zijn we er bang voor."

Vijftien jaar geleden schreven de kranten over pylonen van kabelbanen en skiliften die wankel werden door de dooiende permafrost. Over dat probleem van de klimaatopwarming lees ik niks meer.
"Het probleem is er nog, maar het is geïntegreerd in onze bouwsector. De overheid heeft richtlijnen opgesteld voor architecten, aannemers en ruimtelijke planners: welke gebieden te mijden zijn en welke voorzorgen je moet nemen in een permafrostgebied; zoals de funderingen  verzwaren en regelmatige bodemcontroles. Zoals bij jullie het bouwen in overstromingsgebieden; dat zal nu ook meer gereguleerd zijn nu er meer wolkbreuken zijn dan vroeger.
Let wel, het mindert nooit  met die voorzorgsmaatregelen. De klimaatopwarming zal met verrassingen blijven komen voor onze gebouwen en wegen, wij mogen nooit denken dat dat fenomeen onder controle is.        
En dat is mijn punt. Heel de klimaatopwarming passeert bijna geruisloos en wij zijn nog altijd niet bang! Wij moeten leren bang te zijn voor de echte problemen. Zoals het drinkwater van 800 miljoen mensen dat bedreigd wordt door het smelten van de gletsjers. In Zuid-Amerika en in landen nabij de Himalaya is het erg. In Noord-India zijn al dorpen onbewoond omdat er geen drinkwater meer is." 

NASCHRIFT
De dooiende permafrost heeft zich niet tot Bondo beperkt. Zelfs de ongenaakbare Mont Blanc "kruimelt dag na dag af". 
In mei 2025 deed zich een tweede "Bondo" voor. Door de dooiende permafrost op 3000 meter hoogte was de berg boven de Birch-gletsjer instabiel geworden. Stukken rotswand kwamen op een gletsjer terecht en door dat gewicht brak die na enkele dagen in stukken: 3 miljoen kubieke meter ijs en puin donderden naar de bewoonde vallei. 90% van het dorp Blatten (Wallis) werd weggeveegd, daaronder een groot hotel en de kerk. De 300 inwoners waren in etappes geëvacueerd; de laatsten hadden slechts tien minuten en konden "niets meenemen". Het dorp bestond al sinds de Middeleeuwen (1433).
Volgens glaciologen gaan dergelijke Bergstürze in de nabije toekomst vaker voorkomen.

Vorige
Vorige

De smeltende Alpen, een reisverhaal - deel 2

Volgende
Volgende

Antwerpse skiër overleeft sneeuwgraf in lawine