De bosbranden en vuurstormen van 2026 (en 1988)
Bosbranden woeden in Frankrijk en in Spanje. In de buurt van Bordeaux zijn al 42.000 hectaren verwoest (plus 240 woningen). In de buurt van Madrid gingen ca. 70.000 ha (en enkele tientallen huizen) in de vlammen op. Ook moesten in beide landen samen zo'n 320.000 inwoners en vakantiegangers geëvacueerd worden.
De gevolgen van enorme en langdurige bosbranden heb ik in 1995 gezien toen ik het Amerikaanse nationale park Yellowstone bezocht. Het park kende in 1988 een ketting van bosbranden die meer dan 3 maanden duurde. Het jaar 1988 kende toen ook een uitzonderlijke droogte, maar kende nog niet de opeenvolging van droge en/of hete zomers die we nu kennen door de klimaatontregeling.
1988 was een uitzondering in het klimaat van toen, maar het is een ‘model’, het toont aan waarom die grote en langdurige bosbranden van nu zo moeilijk te blussen en te controleren zijn.
In 1995 sprak ik park ranger Gary Browne, een bevoorrechte ooggetuige van die lange brandende zomer met zijn 'vuurstormen'.
(uit Humo april 1995 - geactualiseerd en sterk ingekort, enkel het relaas van de bosbranden is hier behouden, © Jan Hertoghs)
© National Park Service/ Jeff Henry
“Het vuur brulde als een storm, het was een geweldige roar die door de bergen donderde. “
De staat Idaho ligt in het noordwesten van de USA temidden van de Rocky Mountains. Zalmen springen er uit de stromen, beren houden er hun winterslaap, coyotes huilen er naar de maan, en er wonen slechts één miljoen Idahoans in een gebied dat zevenmaal groter is dan België. De wegen komen er nog recht uit een road movie, lucht en licht zijn nog in onvervalste technicolor en naast tv-kijkers wonen er ook trappers, goudzoekers, cowboys en Indianen.
Het zijn de laatste weken van de winter. Langs de weg van Boise naar Fairfield trekken vier gekoppelde Union Pacific loks honderdtwintig goederenwagons langs de rollende heuvels. De lucht is van het mooiste ijle winterblauw en de enkele vrachtwagen die met boomstammen rijdt, lijkt lucifers te hebben geladen, in dit uitgestrekte land aan de voet van de bergen. Hier en daar zijn nederzettingen uit een kruispunt van stoffige wegen geboren, boerderijen met de stompe aluminiumsilo op het erf, veranda's met bruingeteerde planken, en daarnaast de weg, niks dan de weg, en de letters T van telefoonpalen.
Op de grens van Idaho, Wyoming en Montana ligt de westelijke toegang tot Yellowstone. Toen ik nog een jongen van tien was en toen het nog 1963 was, liet mijn vader al plaatjes van de Rocky Mountains en van Yellowstone zien. De bergen, de edelherten, de grote geyser Old Faithfull, het was zijn American Dream, niet dat hij erheen wilde, maar Yellowstone, dat was Amerika voor hem. Een pastorale idylle die verder afdreef naarmate hij ouder werd, en vorig jaar stierf. Nu ben ik waar hij vaak in gedachten was, het wordt a sentimental journey.
Gids Lori vertelt dat Yellowstone het oudste natuurpark van de wereld is (1872), dat er vorig jaar meer dan 3 miljoen bezoekers waren. Lori heeft het over De Grote Brand van '88. Yellowstone is 900.000 hectaren groot, 300.000 hectaren zijn door de brand aangetast, 150.000 hectaren zijn compleet verkoold. Ook buiten het park gingen nog eens 240.000 hectaren geheel of gedeeltelijk verloren. De sporen zijn zeven jaar later nog altijd te zien. Mijlenver hebben we al zwarte heuvels gezien, heuvels met alleen maar verkoolde bomen. Heuvels waarvan het doodgeblakerde hout kriskras in de bergrug zit als de lange doodspennen in de nek van een stervende stier.
NPS/ Jim Peaco
Als we de volgende ochtend het hoge plateau van Yellowstone verlaten, strijkt de opkomende zon door de vallei en vouwen drie bald eagles hun vleugels open. Het eerste gehucht op onze weg heet Emigrant, het tweede heet Pray. Elke plek spreekt hier boekdelen. Heavens Gate. Freedom. Last Chance. Silver Star. Big Sky. Freedom. Paradise.
In Bozeman(!) Montana, woont Gary Browne (59). Gary is dertig jaar park ranger geweest. Niet alleen in Yellowstone, maar ook in Yosemite Park (Californië) en in Alaska. Gary heeft de bosbranden van '88 van nabij meegemaakt.
"Ik zat er middenin en ik durf zeggen dat ik fier en blij ben dat ik er middenin zat. Bijna iedereen had het gevoel dat hij tegen een historische brand aan het vechten was. Iets dat maar ééns in honderd of tweehonderd jaar gebeurt. Ik vond het een privilegie om erbij te zijn.
De brand die later dé grootste brand van die zomer bleek te zijn, brak net uit op het moment dat ik in de radiokamer van de brandweer zat. Het vliegtuig dat al dagen in de lucht hing en dat elke brand moest signaleren, meldde de brand en riep ons kort daarna al terug op om te zeggen dat er al dértig hectaren in brand stonden. Dat is 300.000 vierkante meter en dat op enkele minuten tijd. Echt, ik had die zomer voor geen geld willen missen, it was an exciting time. Ook al heb ik tweeënhalve maand verstopte sinussen en hoestbuien gehad van het inhaleren van de zware rook en ook al heb ik dan nachten achtereen in mijn auto moeten slapen omdat ik té bekaf was om naar huis te rijden."
Oorzaak van de brand waren vooral bliksems die insloegen in de droogste zomer sinds 193O, en in een gebied dat "al tientallen jaren massa's dor hout aan het opstapelen was". Het was ook niet één brand, het was een ketting van een acht zeer grote en ca. 240 "kleinere" branden, ze volgden mekaar op van 14 juni tot 26 september toen de eerste sneeuw de (bijna) laatste vlammen doofde; de brandweer stopte pas met waken en nablussen in november '88.
Zelfs tijdens de grootste branden bleef het park grotendeels open voor bezoekers. © NPS
Assen kwamen neer tot op 90 km van de branden. De zware ongezonde gesluierde brandlucht raakte tot 800 km ver van de brandhaarden.
In de loop van die drieënhalve maand werden in totaal meer dan 25.000 firefighters ingezet uit heel de VS, Mexico en Canada. Op piekdagen waren er 9000 brandweerlui en 4000 militairen tegelijk in actie. Brandweerlui groeven in totaal 16OO km brandgangen om het vuur af te blokken en waar geen jeeps, boten of bluswagens konden komen, werden smokejumpers ingezet, brandweerlui die met een parachute boven een bedreigd gebied gedropt worden om inderhaast brandgangen te graven.
Vaak tevergeefs, want gangen van 60 tot 100 meter breed die door machines waren gegraven, werden soms met één sprong overmeesterd door rukwinden die het vuur in gensters en gloeiende stukken houtskool tot twee kilometer voor zich uitjoegen. (NOOT: in de buurt van Bordeaux en zijn buitenwijken worden nu ook brandgangen gebuldozerd van 60 tot 100 meter breed,,jh)
Vlammen schoten vaak tachtig tot honderd meter hoog in de lucht, rookwolken van drie kilometer hoog verduisterden de zon en experts berekenden dat de hitte-energie die bij een van de grotere branden vrijkwam groot genoeg was om "43OO huizen gedurende één jaar te verwarmen". Op sommige plaatsen had het vuur een snelheid van vijfentwintig meter per minuut en legde het op één dag 32.000 hectaren in de as. Brandweerlui die omsingeld werden door het vuur hadden nog één redmiddel, de fire shelter. Een soort kitzak in dikke stof en aluminiumfolie waarin men zich met een rits stevig kon opsluiten om de brand over zich heen te laten razen. Dan nog kon je verkolen als je in de withete kern van de brand raakte. Dan nog kon je stikken, want in de zak zat slechts voor tien à vijftien minuten (hete) adem. In totaal lieten zes hulpverleners het leven.
Na zes jaar herstelt het park zich langzaam. De brand wordt zelfs "verjongend" genoemd omdat ie het zieke en dorre hout opruimde. En tegen de verwachting in is het aantal bezoekers zelfs gestegen na '88, iedereen wil 'm zien, de "grootste Amerikaanse natuurramp in 3OO jaar".
Men heeft het park zelfs open gehouden tijdens de brand?
"Ja, we wilden de mensen in staat stellen om dat natuurfenomeen vanop afstand te zien. Er waren overal rangers die uitleg gaven aan de bezoekers. En aan de pers natuurlijk, want de brand beheerste bijna heel de zomer de nationale headlines en trok zo'n 3OOO persmensen naar hier. Sommige gedroegen zich als echte oorlogscorrespondenten, die vroegen niet liever dan vlak boven het vuur te vliegen of in de eerste linies gedropt te worden.
Er kwamen verhoudingsgewijs erg weinig grote dieren om tijdens de banden. Hier een wapiti mannetje. © NPS
Sloegen de dieren en masse op de vlucht. Herten naast slangen, uilen naast arenden, muizen naast bisons, zoals te zien is in de Disney-tekenfilm "Bambi"?
"Nee, er was geen sprake van stampede. De meeste (grotere) dieren krijgen op tijd lucht van het vuur en zoeken een veilige plaats, weg van het naderende gevaar. Dat hoefde niet verweg te zijn. We hebben bizons in een moeras zien staan temidden van een ring of fire en herten zagen we met een boogje om de vuurzee lopen om in de nog smeulende resten weer naar voedsel te zoeken."
Tijdens de brand kwamen veel minder dieren om dan destijds verwacht. Uit inventarisaties bleek dat er slechts 345 wapiti's (naaste familie van het edelhert, het park telde er 40.000 à 50.000), 36 muildierherten, 12 elanden, 6 zwarte beren, 1 grizzly en 9 bizons waren omgekomen. (Enkele honderden braken tijdens de daaropvolgende winter wel uit het parkgebied omdat ze onvoldoende voedsel vonden. Ze vernielden omheiningen en gazons en tientallen bizons werden neergeschoten door boeren en andere benadeelde landeigenaren. jh)
De grootste mortaliteit was er onder insecten, reptielen, amfibieën, kleinwild en knaagdieren, omdat ze minder mobiel zijn, of geen koele schuilplaats kunnen vinden. Vogels kunnen een eind wegvliegen, het hangt van hun jongen af of die al vliegvaardig genoeg zijn. (Noot: In Spanje en Frankrijk kan de tol van deze zomer veel hoger zijn. Yellowstone is een natuurpark met gevarieerde bossen, rivieren, heuvels en prairies. Dat zorgde voor ‘eilanden ‘waar de fauna zich kon wegstoppen. Nabij Madrid en Bordeaux is de vegetatie veel monotoner -vaak dennenbossen, laag kreupelhout en struikgewas- en is er dus minder uitwijkmogelijkheid voor de fauna. jh)
© the Billings Gazette
Eerder dan een bosbrand, was het op sommige dagen een vuurstorm zoals met de fosforbombardementen op steden als Dresden, aan het eind van WO II. Het vuur is zo heet dat het met grote kracht koude lucht aanzuigt en dat worden cyclonische winden die het vuur verder aanwakkeren.
"Het was al een heel winderige zomer, met rukwinden van 6O tot 8O km per uur, maar het vuur creëerde inderdaad zelf winden van 45 tot 6Okm per uur. Zo zijn er de vuurkolken die de branden ‘van binnenin” kunnen aanjagen. Hete opstijgende lucht in een brandhaard zuigt aan de grond koude lucht naar zich toe; dat zorgt voor een wervelend mechanisme zoals een tornado, en die ‘wervel ‘ creëert vuurhozen, en uitgebreider, een vuurstorm binnen het gebied van de branden. Sommige firefighters hebben staan rillen door die aangezogen koude lucht, terwijl ze vlakbij die gloed stonden. Het vuur brulde ook als een storm, het was een geweldige roar die door de bergen donderde. En terwijl zag je de ene kruin na de andere in vlam schieten, bomen ontploften in stukken door de grote plotse hitte, pijnappels suisden als dikke gloeiende kogels over je hoofd en tegen je kleren en het regende soms minutenlang zwarte dennenaalden. Een echte vuurstorm zuigt ook de zuurstof uit de lucht en zo komt het dat een aantal herten die niet in de brand stonden, toch gedood zijn door verstikking.”
Wat in 1988 als een uitzondering gebeurde, laat zien waarom die grote en langdurige bosbranden van nu zo moeilijk te blussen en te controleren zijn.
Net zoals de vuurkolken kunnen ook zogenaamde 'vuuronweerswolken' ontstaan die onder andere 'downbursts' veroorzaken, (zoals de storm op Pukkelpop in 2011). Dat zijn “neerwaartse windhozen" die vanuit grote hoogte naar het grondoppervlak ‘storten’, om daar het vuur in alle richtingen uiteen te jagen. Ook dat "nieuwere" fenomeen maakt dat die actuele branden zo moeilijk te beheersen zijn.
NAWOORD (Europa 2026)
ik zag intussen ook berichten over oogstbranden in Duitsland, Engeland en Ierland , hectaren van graangewassen die in de vlammen opgaan door de droogte en hitte. Klein nieuws in vergelijking met de bosbranden, maar het geeft wel aan hoe verspreid de droogte en hitte is. En dan hebben we het nog niet over de extreem lage waterstanden van de Rijn en andere rivieren.